WAT KUNNEN WIJ LEREN VAN ROGER FEDERER

“Pap, waarom huil je?” vraagt mijn dochter. Het is zondagochtend. Ik zit thuis op de bank. Op televisie houdt Roger Federer een enorme beker in de lucht en knijpt met zijn ogen. “Laat maar even,” zeg ik met een stem die het meest weg heeft van piepende tennisschoenen op een sporthalvloer. Ik zie live een tennisser geschiedenis schrijven. Hij breekt op het moment dat hij tegen het publiek zegt: “Jullie zorgen ervoor dat ik ga trainen. Zonder jullie zou alles anders zijn, mijn droom gaat verder. Ik houd van jullie, bedankt.”

Ik leg mijn dochter uit dat iemand van 36 jaar in de sport eigenlijk stokoud is en dat wat deze man presteert aan het onvoorstelbare grenst. Dat het me ontroert, dat je een leven lang traint, vanuit een koffer leeft, altijd in het licht van de schijnwerpers staat en het toch nog elke dag kunt opbrengen om er vol voor te gaan en normaal te doen. Voor Federer geen moeilijke brillen, tatoeages en gedrag van een popster, maar een eenvoudig T-shirt en klassieke slagen; zoals de enkelvoudige backhand. Oké, zeker, ook Federer is ijdelheid niet vreemd, getuige de knalroze sportschoenen tijdens de Australian Open, maar het is kinderspel vergeleken met de sportsterren in het voetbal. Federer laat zich toch vooral leiden door zijn grenzeloze liefde voor de tennissport, publieke waardering en de wil zijn talent telkens weer aan te wenden voor de volgende ongekende prestatie.

De wijze waarop Federer zijn sport beleeft, mis ik in het voetbal. Daar zie je eerder het omgekeerde gebeuren. In de eredivisie werd afgelopen weekend een Nederlandse topspeler uitgefloten door het eigen publiek. Met uitdagende handgebaren joeg hij de toeschouwers - nadat hij had gescoord - nog meer in de gordijnen. Waarom? Natuurlijk begrijp ik de frustratie. Het lijkt mij afschuwelijk om te worden uitgejouwd door je eigen fans, maar is scoren op zo’n moment niet meer dan voldoende revanche? Waarom deze minachting? Blijven we dat tolereren? Zoals dat al jaren gebeurt met schwalbes en ander onsportief gedrag in het voetbal? Neem die nieuwe spits van Arsenal. Het hele seizoen heeft hij de technische staf en het management van Dortmund getreiterd om een transfer af te dwingen. Iemand die alleen nog maar aan eigen belang denkt en niet meer in staat is een emotionele binding aan te gaan met teamleden, supporters, club en zichzelf.

Daarom vond ik het een verademing om te zien hoe een speler uit de eredivisie geel kreeg, die zijn tegenstander een kaart probeerde aan te smeren. Nog beter was het geweest als de club er een sanctie bovenop had gelegd. Uitbannen deze onsportieve mentaliteit. Uiteindelijk helpt ons dat enorm in het amateurvoetbal, waar het gedrag uit het betaalde voetbal, hoe stuitend ook, snel wordt gekopieerd. Profvoetballers zouden zich daar veel bewuster van moeten zijn. Hun rol in de sport en de waardering voor het publiek. Zonder hen ben je nergens. Federer snapt dat.

Nu het voetbal nog.